Verwerking

U kunt UCC/EAN 128-labels in combinatie met ontvangst op doosniveau, SSCC-ontvangst en standaardontvangst gebruiken. De combinatie is afhankelijk van de bestanden die in prompts.ini zijn bijgewerkt. Bij ontvangst op doosniveau wordt een van de toepassingsidentificaties en de erop volgende tekenreeksen in de barcode gevormd door het LPN-nummer.

Als de gegevens worden opgesplitst en in de juiste velden worden ingevuld, is het niet van belang in welk RF-veld de cursor zich tijdens het scannen bevindt. De veldtoewijzingen in prompts.ini moeten daarvoor wel zijn gedefinieerd. Tekenreeksen van niet-toegewezen toepassingsidentificaties worden genegeerd.

Het voordeel van het gebruik van UCC/EAN 128-ontvangst is dat de gegevensinvoer minder tijd kost. Verplichte velden voor het vastleggen van gegevens maken immers deel uit van de barcode en de waarden worden bij het scannen opgesplitst en ingevuld.

Gebruikers kunnen op elk gewenst moment gegevens opgeven en de applicatie opdracht geven de tekenreeksen op te splitsen en in de juiste velden in te vullen. U kunt bijvoorbeeld [C1 (00)155512120000033312] invoeren. De applicatie herkent [C1 als een UCC/EAN 128-symbool, weet dat (00) naar het LPN verwijst en geeft de waarde 155512120000033312 in het veld LPN op. Het is voor de RF-applicatie niet relevant of de label wordt gescand of dat het volledige barcodenummer handmatig wordt ingevoerd.

Voor meer informatie over het configureren van barcodes raadpleegt u de Infor WMS Configuratiehandleiding. Raadpleeg de Infor WMS Beheerdershandleiding voor meer informatie over de instelling van het bestand prompts.ini.