Default parameterset voor de ATT prognose-engine
In dit onderwerp worden de default parameters voor de configuratie van de ATT prognose-engine beschreven. De lijst bevat de invoerparameters met één enkele waarde voor configuratie van de prognose-engine. Hieronder wordt een lijst met default parameters weergegeven voor een initieel model met de optie "Best" passend (algoritme kiezen):
Naam | Omschrijving | Gebruikt door (algoritmen) | Geaccept. bereik | Def. wrde (Demand+ sjabl.) |
---|---|---|---|---|
Limietconstante | ATTEngineDataClass.boundaryConstant Gebruikt in het robuust Holt-Wintersalgoritme. Aanbevolen waarde is 100, als detectie van uitschieters niet is vereist. Als detectie van uitschieters is vereist, is de waarde 3,5. De limietconstante staat voor het aantal standaardafwijkingen van de historische waarde, vergeleken met de prognosewaarde. |
Best, H-W | positieve decimaal | 3,5 |
Limiet vertrouwelijkheid | BatsEngineDataClass.confidenceLimit De vertrouwelijkheidslimiet voor de Ljung-Boxtest. Met de Ljung-Boxtest wordt de statistische significatie van de in het model passende restwaarden gecontroleerd. Als de test significant is, zijn de restwaarden niet willekeurig wat niet geldig is voor een goed passend model. Een waarde van nul is een instructie aan de engine om deze statistische waarde niet te calculeren. Hoe dichter de waarde bij 1 ligt, des te waarschijnlijker is het dat een significant resultaat wordt gegenereerd. Het model kan echter nog steeds worden gebruikt, zelfs als het resultaat significant is. |
BATS | 0 < x <= 1 | 0,95 |
Beslissingscriterium | MainDataClass.decisionCriterion Hiermee wordt bepaald welke type beslissingscriterium wordt gebruikt bij het testen welk model het "Best" is. Wordt zowel in het algoritme Best als bij optimalisatie gebruikt. De modellen AIC (Akaike Information Criterion) en BIC (Bayesian Information Criterion) zijn doorgaans beter dan Standaardafwijking (SD). |
Best, H-W (Optimalisatie = Waar) | AIC, BIC, SD | AIC |
Epoch | Het aantal loops van de gehele gegevensset dat door het model wordt uitgevoerd om de modelcoëfficiënten te berekenen. Hoe hoger de waarde van epoch, hoe nauwkeuriger het model is, maar dit heeft wel invloed op de prestaties NB: Dit is van toepassing als de optie is ingesteld op Aan.
|
Best waarbij een van ML o.b.v. testgegevens, ML o.b.v. testgegevens (in willekeurige volgorde), ML o.b.v. kuisvalidatie, ML o.b.v. volledige gegevensset of ML o.b.v. volledige gegevensset (in willekeurige volgorde) = Waar | Positief geheel getal | 50 |
Folds | Het aantal folds dat wordt gebruikt voor het instellen van gegevenssets op basis van kruisvalidatie. NB: Dit is van toepassing als de optie is ingesteld op Aan.
|
Best waarbij Machinaal leren op basis van kruisvalidatie = Waar | Positief geheel getal | 50 |
Prognosetestomvang | De omvang van de prognose ten opzichte van de historie. Dit maakt ook deel uit van de controle om te helpen bij het beoordelen van de geschiktheid van de toekomstige prognose. | Alle | Positieve decimaal | 0 |
Dempingsfactor historietrend | ModelDataClass.historyTrendDampingFactor De dempingsfactor voor de historietrend voor het Holt-Wintersalgoritme. Met deze factor wordt de trend gedempt bij het proces voor het passend maken van het model. Ook wordt met deze factor voortdurend de trend in de prognose gedempt. Bij een sterke trend in de gegevens moet de trenddempingsfactor dicht bij 1 liggen, zodat een waarde van 0,95 als acceptabel wordt beschouwd. Als trenddemping niet is vereist, moet u een waarde van 1 gebruiken. |
Best, H-W | 0 < x <= 1 | 1 |
Initialisatietype | ModelFitController:InitisationType Hiermee wordt bepaald welke initialisatietechniek moet worden gebruikt bij het algoritme Holt-Winters. Niet van toepassing als de engine wordt aangeroepen met Best (fitmodelPickingAlgorithm), omdat er een subset van initialisatietechnieken wordt gebruikt. |
H-W | NOINITIALISATION, MEDIANS, AVERAGING, DECOMPOSITION, LEASTSQUARE, BACKCASTING | MEDIANS |
Regressiereductie interventie | BatEngineDataClass.interventionRegressionDiscount Wordt gebruikt voor wijziging van de regressiecoëfficiënten van de prognose. Dit wordt onder bepaalde omstandigheden gebruikt in plaats van de routineversie, bijvoorbeeld een uitschieter of een stapwijziging. NB: Deze waarde moet lager zijn dan de standaardreductiefactor.
|
BATS | 0 =< x < 1 | 0 |
Reductie seizoensinterventie | BatEngineDataClass.interventionSeasonalDiscount Wordt gebruikt voor wijziging van de seizoenscoëfficiënt van de prognose. Dit wordt onder bepaalde omstandigheden gebruikt in plaats van de routineversie, bijvoorbeeld een uitschieter of een stapwijziging.NB: Deze waarde moet lager zijn dan de standaardreductiefactor.
|
BATS | 0 =< x < 1 | 0 |
Reductie interventietrend | BatEngineDataClass.interventionTrendDiscount Wordt gebruikt voor wijziging van de trendelementen van de prognose (niveau en groei). Dit wordt onder bepaalde omstandigheden gebruikt in plaats van de routineversie, bijvoorbeeld een uitschieter of een stapwijziging.NB: Deze waarde moet lager zijn dan de standaardreductiefactor.
|
BATS | 0 =< x < 1 | 0 |
Reductie interventieverschil | BatEngineDataClass.interventionVarianceDiscount Wordt gebruikt voor wijziging van het geschatte verschil van de prognose (niveau en groei). Dit wordt onder bepaalde omstandigheden gebruikt in plaats van de routineversie, bijvoorbeeld een uitschieter of een stapwijziging. |
BATS | 0 =< x < 1 | 0 |
Lambda exponentieel voortschrijdend gewogen gemiddelde | ATTEngineDataClass.exponentilyWMALambda Dit vertegenwoordigt de wegingsfactor die wordt gebruikt door het algoritme Exponentieel voortschrijdend gemiddelde. Hiermee wordt de invloed van de nieuwe waarneming op de waarde van het voortschrijdend gemiddelde verhoogd of verlaagd. Als de coëfficiënt 0 is, heeft de nieuwe waarneming geen invloed op de waarde van het voortschrijdend gemiddelde. Als de coëfficiënt 1 is, wordt de nieuwe waarneming de waarde van het voortschrijdend gemiddelde. Zo is een waarde van 0,05 <= x <= 0,25 en 0,2 <= x <= 0,3 redelijk. |
Best, EWMA | 0 < x <= 1 | 0,2 |
Standaardafwijking uitschieter kleinste-kwadratenmethode | ATTEngineDataClass. leastSquaresOutlierSD Het minimum aantal standaardafwijkingen voor een gegevenspunt bij vergelijking met de prognose om deze te markeren als uitschieter voor het algoritme Kleinste-kwadratenmethode (default = 0, waarmee de detectie van uitschieters wordt gestopt). Als het testen van uitschieters is vereist, worden lage waarden aanbevolen, bijvoorbeeld 2. Uitschieters werken alleen wanneer grote fouten optreden. Dit komt omdat het model Kleinste-kwadratenmethode, inclusief waargenomen uitschieters, past in de initiële calculatie en daarom relatief ongevoelig is voor uitschieters. |
BEST, LS | geheel getal | 2 |
Inflatiefactor niveau | BatsEngineDataClass.levelInflationFactor Wordt toegepast op de huidige geschatte standaardafwijking om twee alternatieve modellen aan te maken (één hoger en één lager) om te vergelijken met het huidige model. Dit wordt gebruikt in BATS-bewaking. |
BATS | 0 - 99,9 | 3,5 |
Niveau-inflatiedrempel | BatsEngineDataClass.levelInflationThreshold De minimum geaccepteerde waarde voor de Bayes-factor voor niveauverandering voordat een tracking-signalering wordt geactiveerd. Dit wordt gebruikt in BATS-bewaking. Als de Bayes-factor in een afzonderlijke periode onder de drempelwaarde ligt, wordt een uitschieter geregistreerd. Als de Bayes-factor cumulatief onder de drempelwaarde ligt, worden een tracking-signalering en -proces geactiveerd. |
BATS | 0 < x <= 1 | 1 |
Niveau-afvlakkingscoëfficiënt | ModelDataClass.alpha De niveau-afvlakkingscoëfficiënt voor het Holt-Wintersalgoritme. Hiermee wordt de invloed (de weging, snelheid van verval, enzovoort) van de nieuwe waarneming op de waarde op het niveau-onderdeel van het Holt-Wintersmodel verhoogd of verlaagd. Als de coëfficiënt 0 is, heeft de nieuwe waarneming geen invloed op het niveau van het model. Als de coëfficiënt 1 is, wordt de nieuwe waarneming het afvlakkingsniveau (na verwijdering van seizoensinvloeden indien van toepassing). NB: Als de parameter voor optimalisatie van de macro = Waar, past de engine diverse waarden toe en wordt gebruikgemaakt van de waarden die leiden tot het model met de laagste waarde voor de opgegeven beslissingscriteria.
|
Best. H-W (Optimalisatie = Waar) |
0 < x <= 1 | 0,4 |
Leertempo | Bepaalt de fouten die tijdens de berekening van de modelcoëfficiënt zijn gemaakt in het model. NB: Dit is van toepassing als de optie is ingesteld op Aan.
|
Best waarbij een van ML o.b.v. testgegevens, ML o.b.v. testgegevens (in willekeurige volgorde), ML o.b.v. kruisvalidatie, ML o.b.v. volledige gegevensset of ML o.b.v. volledige gegevensset (in willekeurige volgorde) = Waar | Positieve decimaal | 0,001 |
Maximum aantal modelvoorwaarden | BatsEngineDataClass.maximumModelTerms Het maximum aantal voorwaarden in het gegenereerde model. Dit omvat niveau, trend en 6 harmonische analyses (6 paren van sinus en cosinus). NB: Het bevat geen regressors.
|
BATS | 1-14 | 14 |
Minimumperioden voor SMP | Bepaalt het minimum aantal historiewaarden van niet-nulwaarden voor een artikel dat wordt beschouwd als een niet-SMP-product (langzaamlopend product of product van intermitterende vraag/weinig vraag). NB: De door de gebruiker gedefinieerde maskers worden vóór de test verwijderd.
|
Alle, behalve EVO | Geheel getal >= 0 | 0 |
Modelform | ModelDataClass.ModelForm Hiermee wordt bepaald welk type model wordt gebruikt, bijvoorbeeld constante (alleen niveau), lineair (niveau en trend), seizoen (niveau, trend en seizoensgebondenheid). Dit moet worden gebruikt in combinatie met de geselecteerde parameter SeasonalType. NB:
|
Alle | NOTSET, CONSTANT, LINEAR, CONSTANT_SEASONAL, SEASONAL | NOTSET |
Standaardafwijking uitschieter voortschrijdend gemiddelde | ATTEngineDataClass.movingAverageOutlierSD Het minimum aantal standaardafwijkingen voor een gegevenspunt bij vergelijking met de prognose om deze te markeren als uitschieter voor het algoritme Voortschrijdend gemiddelde (default = 0, waarmee de detectie van uitschieters wordt gestopt). Als het testen van uitschieters is vereist, worden lage waarden aanbevolen, bijvoorbeeld 2. Uitschieters werken alleen als grote fouten moeten optreden. Dit komt omdat het model Voortschrijdend gemiddelde, inclusief waargenomen uitschieters, past in de initiële calculatie en daarom relatief ongevoelig is voor uitschieters. |
BEST, MA, EWMA | geheel getal | 2 |
Puntwaarde voortschrijdend gemiddelde | ModelDataClass.movingAveragePoint) Het aantal gegevenspunten dat bij de calculatie van elk voortschrijdend punt wordt gebruikt. NB: Dit is geen gecentreerd voortschrijdend gemiddelde.
|
BEST, EWMA, MA | positief geheel getal | 4 |
Trimfactor MLR | Hiermee worden de hoogste en laagste prognoses (x) in elke tijdsperiode vóór het samenvoegproces verwijderd. Dit is een eenzijdige waarde, dat wil zeggen als u de eerste en de laatste waarde verwijdert, x =1. NB: Dit is van toepassing als de optie is ingesteld op Aan.
|
Best waarbij een van ML o.b.v. testgegevens, ML o.b.v. testgegevens (in willekeurige volgorde), ML o.b.v. kruisvalidatie, ML o.b.v. volledige gegevensset of ML o.b.v. volledige gegevensset (in willekeurige volgorde) = Waar | Positief geheel getal | 0 |
Optimalisatie-increment | OptimisationDataClass.optimisationIncrement Met de heuristische optimalisatieparameter Late Acceptance Hill Climbing (LAHC) wordt het toenamekwantum voor de relevante Holt-Winters-afvlakkingscoëfficiënt bepaald, op een iteratie van het optimalisatiealgoritme. Naarmate deze waarde dichter bij nul komt, neemt het aantal iteraties toe, wat weer resulteert in een afname van de algehele prestaties van de optimalisatie. |
BATS, BESTE, H-W | 0 =< x <= 1 | 0,1 |
Optimalisatiepercentage | OptimisationDataClass.optimisationPercentage Met de heuristische optimalisatieparameter Late Acceptance Hill Climbing (LAHC) wordt bepaald hoeveel kandidaatoplossingen opeenvolgend moeten worden berekend wanneer de oplossing niet is opgeslagen om de optimalisatierun te voltooien. Dit is het percentage van het totale aantal runs dat kan optreden op basis van de incrementele optimalisatie en de modelvorm. Als deze waarde gelijk is aan één, wordt de optimalisatie gebruikt om het totale aantal runs te bepalen dat kan optreden op basis van de incrementele optimalisatie en de modelvorm. Als deze waarde nul is, wordt één enkele run uitgevoerd waarbij gebruik wordt gemaakt van de beginwaarden voor optimalisatie voor de relevante afvlakkingscoëfficiënten. Het gebruik van de default waarde wordt aanbevolen. Naarmate deze waarde dichter bij 1 komt, neemt de lengte van de run toe en nemen daarmee de prestaties af. De kans op het bereiken van de vereiste algemene minimumwaarde (de parameters voor beste afvlakking) neemt echter toe. |
BEST, H-W | 0 =< x <= 1 | 0,1 |
Beginwaarde (alfa) voor optimalisatie | OptimisationDataClass. OptimisationStartingValueAlpha Met de heuristische optimalisatieparameter Late Acceptance Hill Climbing (LAHC) wordt de beginwaarde van de trendafvlakkingscoëfficiënt voor het Holt-Winters-algoritme bepaald. |
BATS, BESTE, H-W | 0 =< x <= 1 | 0 |
Beginwaarde (beta) voor optimalisatie | OptimisationDataClass. OptimisationStartingValueBeta Met de heuristische optimalisatieparameter Late Acceptance Hill Climbing (LAHC) wordt de beginwaarde van de trendafvlakkingscoëfficiënt voor het Holt-Winters-algoritme bepaald. |
BATS, BESTE, H-W | 0 =< x <= 1 | 0 |
Beginwaarde (gamma) voor optimalisatie | OptimisationDataClass. OptimisationStartingValueGamma Met de heuristische optimalisatieparameter Late Acceptance Hill Climbing (LAHC) wordt de beginwaarde van de seizoensafvlakkingscoëfficiënt voor het Holt-Winters-algoritme bepaald. |
BATS, BESTE, H-W | 0 =< x <= 1 | 0 |
Horizon uitzonderingen uitschieters | Bepaalt de historiehorizon in de test voor uitzonderingen uitschieters op het periodeniveau van de berekende prognose (bijvoorbeeld het aantal maanden, als periodeniveau = Maanden). Uitschieters worden ingesteld voor de volledige historie, maar alleen als er een uitschieter is binnen de meest recente perioden waarvoor de uitzonderinghorizon is gemarkeerd als een statische waarde | BATS, BEST, EWMA, LS, MA | Positief geheel getal | Null |
Test op uitschieters uitvoeren | MainDataClass.performOutlierTesting Hiermee wordt bepaald of controles worden uitgevoerd op uitschieters in de algoritmen Holt-Winters, Kleinste-kwadratenmethode, Voortschrijdend gemiddelde en Exponentieel voortschrijdend gemiddelde. |
BATS, BEST, EWMA, H-W, LS, MA | Waar of Niet waar | Waar |
Stapwijzigingen uitvoeren | MainDataClass.performStepChanges Hiermee wordt bepaald of controles worden uitgevoerd voor stapwijzigingen in het algoritme Holt-Winters. |
BATS, BESTE, H-W | Waar of Niet waar | Waar |
Traceren uitvoeren | MainDataClass.performTracking Hiermee wordt bepaald of de engine controleert op tracking-signaleringen in de algoritmen Holt-Winters, Kleinste-kwadratenmethode, Voortschrijdend gemiddelde en Exponentieel voortschrijdend gemiddelde. |
BATS, BEST, EWMA, H-W, LS, MA | Waar of Niet waar | Waar |
Frequentie | MainDataClass.period
Frequentie van de overgezette historie en de maskerinformatie. Dit staat voor het herhaalde gedeelte van de gegevens voor de voorspelling van seizoensinvloeden (bijvoorbeeld maanden = 12/13, weken = 52, kwartalen = 4 enzovoort). |
Alle | Holt-Winters en BATS-algoritme: 4 (gegevens per kwartaal), 12, 13 (gegevens per maand), 52 (gegevens per week), 7 en 365 (gegevens per dag). Voor alle andere algoritmen is periode = 0 geldig. | 12 (maanden), 52 (weken) |
Beginwaarde willekeurig getal | De waarden kunnen zijn:
NB: Dit is van toepassing als de optie is ingesteld op Aan.
|
Best waarbij één van ML o.b.v. testgegevens (in willekeurige volgorde), ML o.b.v. kruisvalidatie of ML volledige gegevensset (in willekeurige volgorde) = Waar | Geheel getal | -1 |
Recente historie | ModelDataClass.recentHistory Geeft het aantal recente historieperioden aan om te controleren of er verkoophistorie voor de artikelen aanwezig is. Als voor de artikelen geen verkoophistorie is opgegeven in de parameter, zal de engine geen prognose retourneren voor de perioden en wordt er een recente historieuitzondering gemarkeerd/aangegeven door de engine. |
Alle | Geheel getal >= 0, gebaseerd op frequentie | Geen default set in de engine |
Vaste regressiereductie | BatEngineDataClass.trendDiscount Hiermee wordt de invloed (gewogen of snelheid van verval) van de nieuwe waarneming op de regressiecomponent van het BATS-model verhoogd of verlaagd. Als de reductiefactor naar 1 neigt, wordt het model dynamischer, terwijl het model minder dynamisch wordt als de reductiefactor naar 0 neigt. |
BATS | 0 =< x < 1 | 0 |
Vaste seizoensreductie | BatEngineDataClass.seasonalDiscount Hiermee wordt de invloed (gewogen of snelheid van verval) van de nieuwe waarneming op de seizoenscomponent van het BATS-model verhoogd of verlaagd. Als de reductiefactor naar 1 neigt, wordt het model dynamischer, terwijl het model minder dynamisch wordt als de reductiefactor naar 0 neigt. |
BATS | 0 =< x < 1 | 0 |
Vaste trendreductie | BatEngineDataClass.trendDiscount Hiermee wordt de invloed (gewogen of snelheid van verval) van de nieuwe waarneming op de trendcomponent van het BATS-model verhoogd of verlaagd. Als de reductiefactor naar 1 neigt, wordt het model dynamischer, terwijl het model minder dynamisch wordt als de reductiefactor naar 0 neigt. |
BATS | 0 =< x < 1 | 0 |
Vaste verschillenreductie | BatEngineDataClass.varianceDiscount Hiermee wordt de invloed (gewogen of snelheid van verval) van de nieuwe waarneming op de verschilcomponent van het BATS-model verhoogd of verlaagd. Als de reductiefactor naar 1 neigt, wordt het model dynamischer, terwijl het model minder dynamisch wordt als de reductiefactor naar 0 neigt. |
BATS | 0 =< x < 1 | 0 |
Limiet uitvoeringslengte | BatsEngineDataClass.runLengthLimit Het aantal perioden dat moet worden gecontroleerd op significante veranderingen van het niveau en/of het verschil en de maximumlengte voor de uitvoering van een tracking-signalering voordat de tracking-signalering wordt gemarkeerd (als deze nog niet is gemarkeerd). Bij detectie van een tracking-signalering wordt de combinatie van artikel en locatie geschreven naar Uitzondering tracking-signalering, waar deze is gekoppeld. Dit wordt gebruikt in BATS-bewaking. |
BATS | Positief geheel getal | 4 |
Staffel inflatiefactor | BatsEngineDataClass.scaleInflationFactor De factor waarmee een alternatief model wordt ontwikkeld voor controle van de toename van het geschatte verschil. Dit wordt gebruikt in BATS-bewaking. |
BATS | 0,001-100 | 20 |
Schaalinflatiedrempel | BatsEngineDataClass.scaleInflationThreshold De minimale toegestane waarde voor het verschil van de Bayes-factor voordat een tracking-signalering wordt geactiveerd. Als de Bayes-factor onder deze drempelwaarde uitkomt, wordt een tracking-signalering geactiveerd. Dit wordt gebruikt in BATS-bewaking. |
BATS | 0 < x <= 1 | 0,01 |
Schaalafvlakkingscoëfficiënt | ModelDataClass.lambda De schaalafvlakkingscoëfficiënt voor het robuuste Holt-Wintersalgoritme. Hiermee wordt de invloed van de prognosefout op de schaal van het robuuste Holt-Wintersmodel verhoogd of verlaagd. Als de coëfficiënt 0 is, heeft de prognosefout geen invloed op de schaal van het model. Als de coëfficiënt 1 is, heeft de prognosefout een aanzienlijke invloed op de schaal van het model waardoor deze instabiel wordt. Het is raadzaam om deze waarde op 0,1 in te stellen en niet te wijzigen. |
Best, H-W | 0 < x <= 1 | 0,1 |
Seizoensafvlakkingscoëfficiënt | ModelDataClass.gamma
De seizoensafvlakkingscoëfficiënt voor het Holt-Wintersalgoritme. Hiermee wordt de invloed van de nieuwe waarneming op de relevante seizoensindex van het Holt-Winters-model verhoogd of verlaagd. Als de coëfficiënt 0 is, heeft de nieuwe waarneming geen invloed op de relevante seizoensindex van het model. Als de coëfficiënt 1 is, wordt de nieuwe waarneming de relevante seizoensindex (nadat de invloed van het niveau is verwijderd). NB: Als de parameter voor optimalisatie van de macro = Waar, past de engine diverse waarden toe en wordt gebruikgemaakt van de waarden die leiden tot het model met de laagste waarde voor de opgegeven beslissingscriteria.
|
Best, H-W (Optimalisatie = Waar) | 0 < x <= 1 | 0,4 |
Seizoenstype | ModelDataClass.SeasonalType Hiermee wordt bepaald welke seizoensgebondenheid voor Holt-Wintersmodellen moet worden gebruikt, bijvoorbeeld additief of multiplicatief . |
Best, BATS, H-W | NONE, ADDITIVE, MULTIPLICATIVE | NONE |
Korte historie | ModelDataClass.shortHistoryLength Slaat de minimale lengte op van de historie die is vereist om het model passend te maken. De historielengte moet gelijk zijn aan of groter zijn dan de opgegeven parameter Korte historie. De door de gebruiker gedefinieerde maskers worden vóór de test verwijderd. |
Alle, behalve EVO | Geheel getal > 0 | 0 |
Reductiefactor SMP-hiaten | BatsEngineDataClass.smpDiscount Slaat de reductiefactor op die wordt gebruikt voor het afvlakken van het niveau in BATS voor SMP's. Hiermee wordt het proces voor het inschatten van de huidige tijdsduur tussen verkoopgebeurtenissen vereenvoudigd. |
BATS | 0 =< x < 1 | 0,2 |
Horizon uitzondering stapwijziging | Bepaalt de historiehorizon in de test voor uitzonderingen stapwijziging op het periodeniveau van de berekende prognose (bijvoorbeeld het aantal maanden, als periodeniveau = Maanden). Stapwijzigingen worden ingesteld voor de volledige historie, maar alleen als er een stapwijziging is binnen de meest recente perioden waarvoor de uitzonderinghorizon is gemarkeerd als een statische waarschuwing (bij pconst). Als deze niet is opgegeven, is er geen limiet . |
BEST, H-W | Positief geheel getal | Null |
Stapwijziging maximum run-lengte | ATTEngineDataClass.stepChangeMaximumRunLength Bevat het maximum aantal aaneengesloten uitschieters dat is vereist om een stapwijziging in het algoritme Holt-Winters te activeren. Alle uitschieters moeten zich in dezelfde richting bevinden. |
BEST, H-W | Geheel getal | 3 |
Horizon uitzonderingen traceren |
Bepaalt de historiehorizon in de test voor uitzonderingen traceren op het periodeniveau van de berekende prognose (bijvoorbeeld het aantal maanden, als periodeniveau = Maanden). Tracking-signaleringen worden ingesteld voor de volledige historie, maar alleen als er een tracking-signaal is binnen de meest recente perioden waarvoor de uitzonderinghorizon is gemarkeerd als een statische waarschuwing (bij pconst). |
BATS, BEST, EWMA, H-W, LS, MA | Positief geheel getal | Null |
Limiet traceercontrole | TrackingSignalDataClass.controlLimit Bepaalt de controlelimiet voor tracering wanneer de tracering is ingesteld op Aan. Met de waarde 0,99 wordt de detectie van tracking-signalering uitgeschakeld. |
BEST, EWMA, H-W, LS, MA | 0,8, 0,9, 0,95, 0,96, 0,97, 0,98, 0,99 | 0,99 |
Type tracking | TrackingSignalDataClass.type Bepaalt de strategie die voor tracking-signalering wordt gebruikt wanneer de tracering is ingesteld op Aan. |
BEST, EWMA, H-W, LS, MA | NOTRACKING, SIMPLETRACKINGSIGNAL, BROWNSCUSUMTRACKINGSIGNAL, TRIGGSSMOOTHEDTRACKINGSIGNAL, AUTOCORRELATIONTRACKINGSIGNAL | NOTRACKING |
Trendafvlakkingscoëfficiënt | ModelDataClass.beta De trendafvlakkingscoëfficiënt voor het Holt-Wintersalgoritme. Hiermee wordt de invloed van het niveau op het trendonderdeel van het Holt-Wintersmodel verhoogd of verlaagd. Als de coëfficiënt 0 is, is het verschil tussen de nieuwe en oude niveaus niet van invloed op de trend van het model. Als de coëfficiënt 1 is, is het verschil tussen de nieuwe en oude niveaus de trend. NB: Als de parameter voor optimalisatie van de macro = Waar, past de engine diverse waarden toe en wordt gebruikgemaakt van de waarden die leiden tot het model met de laagste waarde voor de opgegeven beslissingscriteria.
|
Best, H-W | 0 < x <= 1 | 0 |
Trimfactor | Geeft het aantal uiterste waarden aan die moeten worden verwijderd bij het uitvoeren van de Getrimd gemiddelde-techniek van Prognoses samenvoegen. Dit is een eenzijdige waarde, dat wil zeggen als u de eerste en de laatste waarde verwijdert, x =1. NB: Dit is van toepassing als de optie is ingesteld op Aan.
|
Beste en Klassieke samenvoeging is ingesteld op Aan. | Positief geheel getal | 1 |
Winsoriseringsfactor | Geeft het aantal uiterste waarden aan die moeten worden vervangen bij het uitvoeren van de Winsorisering-techniek. Dit is een eenzijdige waarde, dat wil zeggen als u de eerste en de laatste waarde verwijdert, x =1. | Beste en Klassieke samenvoeging is ingesteld op Aan. | Positief geheel getal | 1 |
Maximum gewogen AIC | ForecastingConstants.AICMAXIMUM Geeft voor een techniek aan wat het maximale verschil van de laagste AIC-waarde is die wordt meegenomen in de berekening van de weging. Dit wordt gebruikt in de Gewogen AIC-techniek en is van toepassing als de optie is ingesteld op Aan. |
Beste en Klassieke samenvoeging is ingesteld op Aan. | Positieve decimaal | 4 |
- Voor de ATT-engine (Geavanceerde traditionele technieken/Advanced Traditional Techniques) is een extra horizon vereist (ForecastDataClass.horizon_), die vanuit de parameter Cycle.FutureHorizon wordt gebruikt. Deze wordt op alle artikelen of locaties of op beide toegepast. Dit wordt uitgevoerd als onderdeel van het proces bij het aanroepen van de prognose-engine.
- Voordat de prognose-engine wordt aangeroepen, worden de parameters gevalideerd. De combinaties van artikel of locatie waarin ongeldige parameterinstellingen worden gebruikt, worden afgekeurd. De codelijst en ongeldige parameters worden vermeld in het controlelogbestand voor de prognose-engine, in het bijgevoegde logbestand voor fouten.
- Algorithm, SeasonalType en ModelForm werken in samenhang. De mogelijke combinaties zijn (in volgorde van Algorithm, SeasonalType en ModelForm):
LEASTSQUARES, NONE, LINEAR MOVINGAVERAGE, NONE, CONSTANT EXPONENTIALMOVINGAVERAGE, NONE, CONSTANT CROSTONS, NONE, CONSTANT HOLTWINTERS, NONE, CONSTANT HOLTWINTERS, NONE, LINEAR HOLTWINTERS, ADDITIVE, SEASONAL HOLTWINTERS, MULTIPLICATIVE, SEASONAL.