Klantorders maken

  1. Selecteer Orders beheren > Klantorders.
  2. Klik op Maken.
  3. Geef de volgende gegevens op:
    Bedrijf
    Selecteer een bedrijfsnummer.
    Locatie
    Selecteer een locatie waaruit de artikelen die aan de order worden toegevoegd, worden verzameld. Als de artikelen niet op voorraad zijn, wordt de locatie alleen gebruikt voor rapportagedoeleinden.
    Valuta
    Selecteer een valutacode waarin de klant wordt gefactureerd.
    Ordersoort
    Selecteer een ordersoort. De ordersoort bepaalt de verwerkingsstappen die de order in het magazijn moet doorlopen. De volgorde waarin u componenten van make-to-order kits opgeeft, bepaalt de volgorde waarin deze artikelen op de picklijst worden afgedrukt.
    Verwerkingsniveau
    Selecteer een verwerkingsniveau.
  4. Geef op het tabblad Hoofdgegevens de volgende gegevens op:
    Klant
    Selecteer een klant voor de order.
    Factuuradres
    Selecteer een factuuradres van de klant voor de order.
    Verzendadres
    Selecteer een verzendadres van de aan klant voor de order.
    Datum aangevraagd
    Geef een datum op waarop de klant wil dat artikelen worden geleverd.
    Verwachte verzenddatum
    Geef de datum op waarop de order naar verwachting wordt verzonden.

    Als verzenddagen worden gedefinieerd op het verwerkingsniveau van facturering, worden de verzenddagen opgeteld bij de orderdatum om de verwachte verzenddatum te bepalen.

    Orderdatum
    Selecteer een orderdatum. Als dit veld leeg is, wordt standaard de systeemdatum gebruikt.
  5. Geef de volgende gegevens op in de sectie Proces:
    Blokkeringscode
    Selecteer een blokkeringscode om de order handmatig te blokkeren. U kunt de blokkering van een order opheffen door het veld met de blokkeringscode leeg te maken. U kunt blokkeringscodes definiëren in Debiteuren.
    Orderherkomst
    Selecteer een herkomstcode voor de order, die aangeeft hoe de klant van uw bedrijf heeft gehoord.
    Klant-IO
    Selecteer een inkoopordernummer van de klant. Als u dit veld opgeeft, worden de order en alle facturen bijgewerkt die op basis van de order zijn gemaakt.
    Verzending voltooid
    Selecteer of de klant vereist dat verzendingen plaatsvinden op basis van Bepaald per regel, Gedeeltelijke zendingen geaccepteerd of Gedeeltelijke zendingen niet geaccepteerd.
    Prioriteit
    Geef de prioriteit op voor toekenning. De standaardwaarde is afkomstig van het klantniveau in Debiteuren. Een batchproces in Magazijn gebruikt deze prioriteit bij het toekennen van voorraad aan orders.
    Verkoopofferte
    Schakel dit selectievakje in als de order een verkoopofferte is. Offerten kunnen niet worden vrijgegeven en hebben geen effect op voorraad.
    Toekomstige order
    Schakel dit selectievakje in als het artikel een toekomstige order is. Aan regels in de toekomst wordt pas voorraad toegewezen in Magazijn als dit nodig is om te voldoen aan de aangevraagde leverdatum van de klant.
    Bevestiging
    Schakel dit selectievakje in als een afgedrukte bevestiging vereist is voor de order.
    Bewijs van levering vereist
    Schakel dit selectievakje in als de klant bij de verzending een formulier met bewijs van levering wil ontvangen.
    Naleveringen toestaan
    Schakel dit selectievakje in als naleveringen zijn toegestaan. Als u dit veld niet selecteert, kan een order niet worden gedefinieerd voor artikelen waarvan niet voldoende op voorraad is.
  6. Geef de volgende gegevens op in de sectie Transport:
    Transportcode
    Selecteer de transportcode om transportkosten aan de order toe te wijzen. U kunt transportcodes definiëren in Facturering.
    Ingevoerde kosten
    Geef het bedrag aan transportkosten op in de factureringsvaluta.
    Vervoerder
    Selecteer het leveranciernummer van de vervoerder. U definieert leveranciers in Crediteuren.
    Verzendmethode
    Selecteer de verzendmethode die aangeeft hoe de order moet worden verzonden. U kunt verzendmethoden definiëren in Magazijn.
    Transport-ID
    Geef een transport-ID op die moet worden vermeld op facturen en vrachtbrieven.
  7. Geef in de sectie Belasting de volgende gegevens op:
    Belastingstatus
    Geef aan of de order is vrijgesteld van belasting. Als de order is vrijgesteld, zijn alle orderregels vrijgesteld. Als de order belastbaar is, kunt u de status Belastbaar overschrijven voor afzonderlijke regels. Als orderregels belastbaar zijn, moet de order ook belastbaar zijn. Als de klant of orderartikelen zijn vrijgesteld van belasting, is de volledige order vrijgesteld.
    Datum
    Selecteer een belastingpuntdatum of een datum waarop verkoopbelasting moet worden berekend. Gebruik dit veld om de normale belastingpuntdatum te overschrijven. Als dit veld niet leeg is, is dit veld de bron van de belastingpuntdatum voor de factuur.
    Belastingcode
    Selecteer een belastingcode om aan de orderkop toe te wijzen. Belastingcodes staan voor de belastingautoriteiten waaraan de verkoopbelasting moet worden betaald. U kunt belastingcodes definiëren in Belasting. Geef een geografische code op als u een extern belastingsysteem gebruikt.
  8. Geef de volgende gegevens op in de sectie Facturering:
    Extra korting
    Geef een extra kortingsbedrag op in de oorspronkelijke valuta waarin de order is gedefinieerd.
    Conversiepercentage
    Geef op welk percentage moet worden toegepast bij omrekenen naar de basisvaluta Alleen bedrijven die werken met meerdere valuta's moeten hier een waarde opgeven.
  9. Geef in de sectie Betalingen de volgende gegevens op:
    Bedrag
    Geef een aanbetaling op in de valuta van de order.
    Chequenummer
    Geef een betalingsnummer op. Dit veld is alleen geldig als er sprake is van een aanbetaling.
    Percentage
    Geef het percentage voor contante vooruitbetaling op om het bedrag van de aanbetaling voor de totale orderwaarde te bepalen.
    Betalingscondities
    Selecteer een code betalingscondities. De code is de standaardwaarde voor Klant.
    Rembours
    Schakel dit selectievakje in als een order voor rembourszending is geaccepteerd.
    Betalingscode
    Selecteer een code die het type kasbetaling, wisselbetaling of bankdienst aanduidt.
    Aanbetaling vereist
    Schakel dit selectievakje in als een aanbetaling is vereist voor de order die moet worden vrijgegeven. Het vereiste bedrag voor de aanbetaling is een percentage van het totale orderbedrag.
    Type elektronische betaling
    Selecteer een methode voor elektronische betaling.
    Bedrag elektronische betaling
    Selecteer een bedrag voor elektronische betaling of een creditcardnummer.
    Vervaldatum
    Selecteer een vervaldatum voor de order.
    Percentage van marge elektronische betaling
    Geef het minimumpercentage op waarmee het autorisatiebedrag wordt verhoogd.
    Documentair krediet
    Geef een documentair krediet op dat op de factuur wordt afgedrukt. Als de order een rechtstreeks geleverde order is, wordt dit veld op de inkooporder afgedrukt.
  10. Geef in de sectie Verkoper de volgende gegevens op:
    Gebied
    Geef een verkoopgebied op voor de order.
    Verkoper 1
    Selecteer een primaire verkoper voor de order.
    Provisie
    Geef een provisietarief op voor de primaire verkoper.
    Verkoper 2
    Selecteer een secundaire verkoper voor de order.
    Provisie
    Geef een provisietarief op voor de secundaire verkoper.
    Splitsingspercentage
    Geef een provisiesplitsing op tussen de primaire en secundaire verkopers.
  11. Geef in de sectie Algemeen de volgende gegevens op:
    Aard van transactiecode
    Selecteer een code die de aard van de transactie aanduidt.
    Statistische procedure
    Selecteer een code voor de statistische procedure die wordt toegepast op de gegevens.
    Btw-registratienummer
    Geef een btw-registratienummer op.
    Documenttype
    Selecteer een code documenttype.
    Certificeringsnummer
    Geef het unieke certificeringsnummer van de factuur op. Dit nummer wordt opgegeven op de order en wordt overgenomen op de factuur ter facturering en de debiteurenfactuur. Dit nummer wordt gebruikt als factuurnummer voor Zuid-Amerikaanse landen.
    Certificeringsdatum
    Deze datum wordt in combinatie met het certificeringsnummer gebruikt voor Zuid-Amerikaanse landen.
  12. Geef in de sectie Verzenden-aan de volgende gegevens op:
    Verzenden aan naam
    Geef de naam van de verzenden-aan klant op.
    Land
    Selecteer een landcode voor het verzenden-aan adres van de klant.
    Type
    Selecteer een adrestype voor de verzenden-aan klant.
    Breedtegraad
    Geef de breedtegraad van het verzenden-aan adres van de klant op.
    Lengtegraad
    Geef de lengtegraad van het verzenden-aan adres van de klant op.
    Hoogte
    Geef de hoogteligging van het verzenden-aan adres van de klant op.
  13. Geef in de sectie Factuuradres de volgende gegevens op:
    Naam op factuur
    Geef de naam van de verzenden-aan klant op.
    Land
    Selecteer de landcode van het factuuradres van de klant.
    Type
    Selecteer een adrestype voor het factuuradres van de klant.
    Breedtegraad
    Geef de breedtegraad van het factuuradres van de klant op.
    Lengtegraad
    Geef de lengtegraad van het factuuradres van de klant op.
    Hoogte
    Geef de hoogteligging van het factuuradres van de klant op.
  14. Klik op Opslaan.
    De tabbladen Kosten en Regels zijn nu beschikbaar.
    U kunt de gegevens over de geschatte belastingen en rekeninggegevens en de kredietstatus bekijken op de tabbladen Opvraging belasting en Kredietstatus.